Juliëtte’s Paintings Page

De Vlucht

 

 

Ze wilde weg, uitbreken, weg van die armoede, weg van het altijd en eeuwig de “underdog”

zijn en de altijd durende scheldpartijen, spugen en geweld.

Vluchten was haar enige optie, blijven haar ondergang.

 

Met door tranen vermengd met vuil besmeurd gezicht naar beneden gericht, liep ze vermoeid verder.  Toen ze zich eenmaal veilig voelde richtte ze zich op en keek oriënterend rond. Een klein knus huisje doemde voor haar ogen op,  verder was er niets in de omgeving te bespeuren. Alleen maar zwarte leegte,  de bomen waren stil, zelfs de wind was verstomd.

 

Ondanks haar vermoeidheid durfde ze het niet in haar hoofd te halen naar de voordeur te gaan. In plaats daarvan liep ze eraan voorbij, dacht dat niemand haar had gezien. Ze verstijfde toen ze een beweging zag en hoorde hoe de voordeur geopend werd.  Een oud vrouwtje,  sprak haar toe. “Waar ben je naar op zoek in deze uithoek, als ik je vragen mag?”  Ze keek naar de vrouw maar durfde niet te antwoorden.

 

De vrouw was kennelijk bezorgd en liep naar haar toe, ze moest een neiging tot vluchten inhouden.

“Kindje, je ziet er niet uit, kom maar even binnen, ik heb lekkere soep, daar zul je vast wel wat van lusten.” Haar honger won het van haar wantrouwen en ze liep mee naar binnen. De haard brandde, het zag er eenvoudig maar gezellig uit, en in twee tellen had het vrouwtje soep voor haar ingeschonken. Door de warme soep en de warmte in het huisje gleed ze in een diepe, droomloze slaap.

 

Ze werd wakker met een warm zonnetje in het gezicht, ze voelde zich uitgerust, warm en schoon. Ze wist niet waar ze was, ze lag in een  mooi opgemaakt bed in een gezellig ingericht kamertje, de geuren van vers gebakken broodjes en koffie drong in haar neus. Ze liep stilletjes de trap af, naar beneden en de woonkamer in, ze zocht het vrouwtje in alle kamers van het huisje, de tuin, niets.

 

Op wonderlijke wijze waren er elke dag  warme broodjes en verwachtte zij het vrouwtje te zien, eten was er in overvloed, de haard brandde in de avonduren, maar zelfs na jaren wachten en zonder iets tekort te komen, bleef zij alleen. Tot op een avond een meisje voorbij liep en zij terug dacht aan haar avond, lang geleden.